Fysisch-chemische waterkwaliteit KRW, 2021

De algemene fysisch-chemische waterkwaliteit volgens de KRW is voor de meeste wateren onvoldoende. Een goede fysisch-chemische waterkwaliteit wordt in 41% van de wateren gehaald. Vermesting is een van de belangrijkste oorzaken van een onvoldoende kwaliteit.

Fysisch-chemische waterkwaliteit onvoldoende

De fysisch-chemische kwaliteit van het oppervlaktewater is in 41 procent van de waterlichamen goed. In de andere waterlichamen is de kwaliteit matig, ontoereikend of slecht. De fysisch-chemische kwaliteit is een onderdeel van de ecologische beoordeling van de KRW. Deze resultaten zijn gebaseerd op de rapportage aan de EU van 2021. De eerste rapportage was in 2009 en de volgende rapportage zal plaatsvinden in 2027. Zie voor meer informatie:

Belangrijkste stoffen

De belangrijkste stoffen in de fysisch-chemische beoordeling zijn stikstof en fosfor. De beoordeling van deze stoffen is in ruim de helft van de waterlichamen goed. Voor deze stoffen wordt het gemiddelde van de metingen in het zomerhalfjaar beoordeeld. In de zoute wateren wordt fosfor niet beoordeeld omdat de fosforconcentratie voor de beoordeling van de kwaliteit van zoute wateren niet relevant is. Daarnaast wordt in zoute wateren in plaats van totaal stikstof het gemiddelde van de wintermaanden van opgelost anorganisch stikstof (DIN) beoordeeld. In de hier gepresenteerde resultaten zijn beide parameters gecombineerd weergegeven als stikstof. Het doorzicht wordt alleen in meren beoordeeld.

Fysisch-chemische waterkwaliteit verbetert

De fysisch-chemische kwaliteit is verbeterd sinds 2015, waarbij het percentage waterlichamen met een goede kwaliteit is toegenomen met 13 procentpunt; het percentage waterlichamen met een slechte kwaliteit is verminderd met 7 procentpunt. De huidige resultaten worden hier vergeleken met de resultaten van 2015 , omdat ten opzichte van eerdere beoordelingen er veel verschillen waren in normen en beoordelingsmethoden. De kwaliteit op basis van stikstof en fosfor is licht verbeterd (respectievelijk 6 en 9 procentpunt) en doorzicht met 13 procentpunt.

Belangrijkste oorzaken slechte waterkwaliteit

De belangrijkste oorzaken voor de matige tot slechte kwaliteit van het Nederlandse oppervlaktewater zijn:
Vermesting met de nutriënten stikstof en fosfor. De meeste nutriënten zijn afkomstig van uit- en afspoeling vanaf landbouwgronden. Een deel van de nutriënten van landbouwgronden komt direct uit toegediende kunstmest of dierlijke mest. Daarnaast is in veel bodems een voorraad stikstof en vooral fosfor aanwezig, deels opgebouwd door onder andere de bemesting van afgelopen decennia en deels van nature aanwezig. Het opgeslagen fosfor spoelt gestaag uit naar het oppervlaktewater, dit is de zogeheten nalevering uit de bodem. Verder draagt in laag-Nederland kwel bij aan de nutriëntbelasting. Andere relevante bronnen voor de belasting van regionale wateren zijn emissies van rwzi's, uit- en afspoeling van natuurgronden en aanvoer vanuit het buitenland via grensoverschrijdende wateren en stikstofdepositie uit de lucht. Door de zuivering van rioolwater zijn de emissies van huishoudelijk afvalwater de afgelopen 30 jaar sterk afgenomen en nu is de uit- en afspoeling vanaf landbouwgronden nationaal gezien de belangrijkste bron van nutriënten. 
Een slecht doorzicht komt door overmatige algengroei, welke ook weer door vermesting wordt veroorzaakt. 
De watertemperatuur is soms te hoog door lozing van koelwater door elektriciteitscentrales of industrie. Beken hebben soms een te hoge watertemperatuur doordat ze gestuwd zijn en niet beschaduwd zijn.

Bronnen

Deze indicator is afkomstig van het Compendium voor de Leefomgeving (CLO). Voor de volledige indicator en eventueel een actuelere versie kunt u deze indicator in het CLO bezoeken.